Column - Kritisch
20/09/2011
En zo is het weer september. Ik denk dat de meeste van u de vakantie wel achter de rug hebben. Eigenlijk ook wel weer prima, vind u niet? Een beetje rondlummelen, gezellig laat ontbijten en een hele dag niks doen is hartstikke relaxed. Maar als het normale ritme aanbreekt dan ben je eigenlijk toch op je paasbest. Gewoon weer fijn thuis, je eigen bedje, en weer lekker aan het werk. Maar zegt u nou eens eerlijk....kunt u tijdens uw vakantie wel loskomen van het beroep dat u uitoefent? Of is het getrainde kennersoog ook over de grens nog heftig aan het analyseren?
Ik moet bekennen dat ik tot deze groep behoor en dat het daardoor niet altijd even amusant is om met mij uit eten te gaan. Ik ben nog niet over de drempel van het gezellige eettentje of ik zie al een hele serie zaken die een stuk beter kunnen. De jas wordt niet aangenomen ...jammer! Papieren servetten....jammer! Keiharde stoelen...jammer. En dan natuurlijk de grote analyse hoe ik dit zaakje wél tot een succes zou maken. Eerlijk is eerlijk...ik wordt er zelf ook flauw van, maar ik kan het maar niet laten. Ondanks het luidruchtige tandenknarsen van mijn partner die mij er telkens op wijst dat ik het wéér doe. Maar weet u wat zo grappig is? De laatste keer dat we uit eten waren zei hij tegen me: ‘Ga jij maar met je gezicht naar het raam zitten dan signaleer je niet zoveel.’ Nog geen 5 minuten later buigt hij zich over tafel naar me toe en zegt met een bezorgde stem: ‘Die gasten achter ons hebben nog steeds geen drankje gehad!’ Zucht....de afwijking is dus ook nog eens besmettelijk.
Ik denk dat ik niet de enige ben met deze lichte stoornis. Ik kan me zo voorstellen dat je als architect ergens binnenkomt en denkt, ‘Ai, ai, ai, wat een foeilelijke serre aan de achterkant, waarom hebben ze dat ding niet aan de zijkant geplaatst. De grote vraag is, zeg je zoiets tegen iemand? Nou nee. Wil je in mijn geval nog een leuke avond hebben, dan kun je beter je snavel houden. Met commentaar maak je over het algemeen geen vrienden, hoe goed bedoeld ook. Maar de andere kant van het verhaal is, wij hebben wél af en toe gasten over de vloer die vinden dat zaken anders kunnen. Zo hield ik met een vaste gast een tijdje geleden een praatje en er moest duidelijk iets van zijn hart. De grote vraag was eigenlijk ook een verzoek. Waarom kun je bij de Brugwachter geen eten afhalen? We lieten geld op straat liggen. Gepassioneerd wees hij op zichzelf en zijn vrouw, ‘Wij worden vaste afhalers!’ Ik moest wel een beetje glimlachen om dit verzoek. Want hoe lief en goedbedoeld ook....het is niet mogelijk. Ziet u het plaatje?. Op zaterdag avond....120 man in de zaak... telefoon.....een bestelling... tournedos zegt u? Ja....met friet? En veel sla? Oh....sorry...géén sla.....Ik denk dat ik binnen één dag een heel grimmige keukenbrigade aan m’n buro heb staan. Ook zei iemand eens tegen me met een gezicht alsof hij het wel zou weten: ‘Dat je niet opengaat voor ontbijt!’ En me daarbij ook nog stralend aankeek over de slimheid van zijn plan.
Soms is niks zeggen beter, vind u niet? Soms ook niet. Van de week zaten we in de zon van een zalige mosterdsoep te smikkelen en de gastheer was oprecht geïnteresseerd in of we het lekker vonden. We staken beide onze duim omhoog en zeiden : ’Dit is echt een supersoeppie’! Hij grijnsde van oor tot oor over zo’n vrolijke reactie. Helder eigenlijk niet? Kwaliteit onder de maat? Jammer. Superkwaliteit? Dat verdient een grote pluim. Mét een schouderklop. Resultaat: een grote grijns en veel tevredenheid.
Met dank....aan het kritische kennersoog!
Bekijk hier ook mijn andere columns

