Column - Smetpret
29/06/2010
U ergert zich waarschijnlijk ook een breuk aan de vele reclames die om de haverklap, en véél te luid, het beeldscherm vullen terwijl je lekker onderuit op de bank ligt. En eerlijk gezegd, het is té veel. Je zit net met een roseetje en een krakend bakje chips knus in de kussens en tadáááá….de rits advertenties gaan weer van start. De irritatie zit hem vaak ook in de stompzinnigheid van de reclames. We zien vrouwen verrukt door een bloemenwei springen omdat ze ‘hun periode’ hebben, maar doordat ze product B gebruiken zijn deze dagen een fantastische belevenis….zucht… Ook de aanprijzingen voor de wasmiddelen zijn een waar avontuur. We aanschouwen klungelige kinderen die met een halve liter ketchup op de nieuwe witte blouse naar hun moeder rennen die hen met open armen gelukzalig bij de wasmachine staat op te wachten, natuurlijk met het wondermiddel al in de hand. Trouwens, nog erger, de was komt gestreken en al uit de supertrommel! We hebben al zo vaak verzucht in de Brugwachter: ‘zo’n machine willen wij ook!’
U zult begrijpen dat wij in ons restaurant wel eens een vlekje voorbij zien komen. Gelukkig zijn wij van de bediening niet altijd de schuldige, onze gasten maken ook vaak zelfstandig een feestelijke smetpartij. Maar ik kan u een paar afgrijselijke knoeipartijen niet onthouden. In deze was ik zelf de schuldige , al vind ik ervaringdeskundige eigenlijk beter klinken. Zo kukelde van mijn dienblad eens een fles rode wijn midden op een beige broek van een gast en dan ter hoogte van de gulp, zeg maar. Je kunt jezelf wel voor je kop slaan hè? Gauw een doekje door een sopje gehaald en met spoed terug naar het slachtoffer. Deze zat relaxed onderuit, grijnsde breed en vroeg terwijl hij naar het rode plakkaat keek: ‘ga jij dit schoonmaken?’ Heerlijk, altijd fijn zo’n gast met humor. Zo gleed er ook eens een bakje sojasaus van het bord af tijdens het uithalen; deze verdween met een sierlijke boog bij een heer in het boord van zijn zachtroze overhemd. Weet u, het is altijd rode wijn op een maagdelijk witte broek. tomatensap op nieuwe kalfsleren laarsjes. Altijd zijn deze kledingstukken gloednieuw en van uitzonderlijke kwaliteit. Alsof de duvel ermee speelt. Maar goed, terug naar het sojasausoverhemd. Deze man taste vertwijfelt naar zijn nek en voelde letterlijk nattigheid. De sopdoek dan maar weer ter hand genomen. Ik kan u vertellen, het werd er niet veel beter van. Dit tot grote hilariteit van alle mannelijke tafelgenoten die vonden dat de blouse nu hartstikke artistiek was. ‘Echt Jan, veel beter zo, staat je goed!’ Zo hebben we ook eens een gast in een Brugwachtershemd gestoken omdat er over zijn (uiteraard!) witte blouse een hele fles wijn neerkletterde. Daar kon geen wondersopje of een pak zout tegenop. Een van de medewerkers duwde kordaat de blouse in de wasmachine en in de droger en zo ging deze man met een brandschone blouse vrolijk naar huis. Een paar weken geleden kwam er een vrouwelijke gast naar me toe met de arm zwiepend omhoog. ‘Oh,’ kreunde ze ‘pesto gemorst!’ Ik keek naar de mouw en zag een paar gruwelijke groene spetters. U raadt het al; het jasje was van sublieme kwaliteit en natuurlijk, behalve de mouw, sneeuwwit. Terwijl ik driftig aan het poetsen sloeg kwamen er een aantal collega’s langs, keken met hun kennersblik naar de catastrofe op de mouw en maakte ter plekke de analyse. ‘Ossegal’ zei de eerste, ‘nat maken, ossegal erop, inweken en dan op 60 graden wassen.’ ’Oei!’zei de tweede, terwijl ze haar ogen tot spleetjes kneep. ‘Gelijk in de wasmachine met wc-eend-bleek!’ Terwijl de fraaie dame en ik verbaasd opkeken en begonnen te grinniken zei ze ‘Echt!, ’t wordt er krakend wit van.’ U snapt ondertussen wel, er lopen aardig wat experts bij ons rond. En als ik het zo nalees, hele vrolijke experts. Gelukkig maar, klopt die reclame tòch een beetje. U bent dus welkom met vlek. Maken we er samen smetpret van!
Bekijk hier ook mijn andere columns

